deScheikunde, zeg ik, die, ruw en altijdbezig, zich niet bekommerend om eenmeer gepolijsten stijl, zich evenmin toeleggend op de lokmiddelen der welsprekendheid als er voor geschikt,gehe
Trang 2The Project Gutenberg EBook of Inaugureele Rede, by Hieronymus David Gaubius
This eBook is for the use of anyone
anywhere at no cost and with
almost no restrictions whatsoever You may copy it, give it away or
re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
with this eBook or online at
www.gutenberg.org
Title: Inaugureele Rede
Waarin wordt Aangetoond dat de Scheikunde met recht een
plaats verdient onder de Akademische
Wetenschappen
Author: Hieronymus David Gaubius
Release Date: April 11, 2006 [EBook
#18147]
Language: Dutch
Trang 3*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK INAUGUREELE REDE ***
Produced by Louise Hope, Frank van Drogen, Janet Blenkinship
and the Online Distributed Proofreading Team at
http://www.pgdp.net (This file was
produced from images
generously made available by the Canadian Institute for
Historical Microreproductions
(www.canadiana.org))
Een aantaltypografischefouten is
Trang 4Ze zijn metpopups
aangegeven.Van de
Griekse
woorden inde
Voetnoten isde
transliteratie
op dezelfdewijze
aangegeven:
τοῦτο
A few
typographical
Trang 5errors havebeen
corrected.They havebeen markedwith popups.Greek words
in the
Footnotesare similarlytransliterated:
τοῦτο
Trang 6HIERONYMUS DAVID GAUBIUS
Trang 7INAUGUREELE
REDE
VAN
Trang 8HIERONYMUS DAVID
GAUBIUS,
WAARIN WORDT AANGETOOND,
dat de Scheikunde met recht
een plaats verdient onder de Akademische
Wetenschappen,
GEHOUDEN OP DEN 21STEN MEI 1731,
TOEN HIJ HET OPENBARE AMBT VAN HET
HOUDEN VAN VOORDRACHTEN OVER DE SCHEIKUNDE
AAN DE LEIDSCHE AKADEMIE
PLECHTIG AANVAARDDE.
Trang 9Aan de zeer doorluchte en edele mannen,
curatoren der Leidsche Akademie,
Johannes Hendrik, graaf van Wassenaer,heer van Opdam, Hensbroek, Spierdyk,Zuydwyk, Kernchem en Lage, enz enz.ridder van de Johanniterorde, lid van deridderschap der edelen van Holland,afgevaardigde ter Staten-generaal enz.enz.,
Johannes Trip, doctor in de beide rechten,drost in Berkenrode, lid van den raad van
de stad Amsterdam, op dit oogenblikvoorzitter der burgemeesters,
bewindhebber der O.-I Compagnie, enz
Trang 10Arend Bruno’szoon van der Dussen,doctor in de beide rechten, lid van denraad der stad Delft en oud-burgemeester,afgevaardigde ter hoogmogende Statenvan Holland, enz enz.,
en aan hun ambtgenooten, de zeer
aanzienlijke en waardige mannen,
burgemeesters der stad Leiden,
Abraham Hoogenhouck, doctor in debeide rechten, voorzitter der
Trang 11Gerhard Emile van Hoogeveen, doctor in
de beide rechten,
Ook aan den zeer voortreffelijken heerDavid van Royen, doctor in de beiderechten, secretaris der stad Leiden,
geheimschrijver der zeer doorluchtecuratoren en zeer aanzienlijke
HIERONYMUS DAVID GAUBIUS
Trang 12INAUGUREELE REDE
VAN
HIERONYMUS DAVID GAUBIUS,
WAARIN WORDT AANGETOOND, DAT DE
vreemde
Trang 13lotswisseling overkwam, dan is het wel
deze, die ik hier thansbeleef De plaats is ongewoon; detoevloed der menschen grooter dangebruikelijk is en van die allen zijngelaat en oogen op mij gericht; detaak is mij vreemd; alles is geheel en
al nieuw: alles heeft plotseling eenvreemd voorkomen aangenomen enverontrust mijn gemoed door eeneven groote verbijstering als bezorgdheid.Immers in een Akademische
feestvergadering noodigt men mij, eenscheikundige, uit een redevoering te
houden, en wel aangezien de aard vanmijn ambt dat zoo vereischt, over deScheikunde Of wordt wel ergens grooteronderscheid gevonden dan, dat tusschen
Trang 14Mercurius1 en Vulcanus bestaat? Of is erwel een der wetenschappen, die verderstaat van de bevalligheden der
welsprekendheid dan de Scheikunde? deScheikunde, zeg ik, die, ruw en altijdbezig, zich niet bekommerend om eenmeer gepolijsten stijl, zich evenmin
toeleggend op de lokmiddelen der
welsprekendheid als er voor geschikt,geheel opgaat in haar werk en haar
beoefenaars niet door woorden maar doorhet vuur de wijsheid, door proeven
wijsgeerig redeneeren leert
Bezoekt met den geest althans, als het ubelieft, een scheikundige werkplaats! Watmeent gij wel daar te zullen vinden? Somseen opeenhooping van talrijke boeken enontelbaar veel deelen van schrijvers
Trang 15netjes geordend alle in hun kasten? Soms
de gedenkteekenen der oude
welsprekendheid zoo gewenscht voor deredenaars, of een spreekgestoelte
weergalmend van de stem eens Tullius2?Niets voorwaar van die dingen: De
inrichting, die hier zich voordoet, is
geheel anders: volkomen anders zijn dehulpmiddelen: verschillende rijen
namelijk van fornuizen, die telkens weer
op andere wijze zijn saamgesteld, welkerijen geschikt zijn om iedere sterkte vanhet vuur uit te houden; kastjes tot aan dezoldering opgebouwd, geheel gevuld metzooveel mogelijk voorwerpen door dewetenschap vervaardigd, die weldra weermoeten dienen om nieuwe in gereedheid tebrengen; tallooze soorten van vaatwerk,
Trang 16dat in stof en gedaante verschilt; een hoopkolen en zoden, die nooit mag op raken;bij de hand zijn voor het gebruik
verschillende soorten van zeven, spatels,blaasbalgen, tangen en al het andere, datvereischt wordt om het vuur òf te
onderhouden òf te regelen Te middendaarvan zult gij den meester niet
werkeloos bij zijn katheder zien
neerzitten, maar hoe hij zijn handen zwartvan kool in zwijgende aandacht aan hetwerk slaat, hoe hij gehuld in rook, bedektmet asch en roet nu eens met het felstevuur de hardste metalen vloeibaar maakt,dan weer een stof uit het plantenrijk metlevende vlammen doet branden; hoe hijaan den eenen kant met de grootste
voorzichtigheid tegengestelde lichamen
Trang 17bij elkaar brengt, die zich dra in eenvlammenbrakenden strijd zullen storten;aan den anderen kant door een matigewarmte de vermogens der stoffen te
voorschijn roept door het druppelen vanwater naar een bepaald getal te regelen;
en bij een andere gelegenheid die
vermogens na ze te voorschijn te hebbengeroepen door een natuurlijke lauwetemperatuur nauwer bindt en afdeelt; inéén woord: hoe hij geheel tusschen zijnfornuizen levend, zich slechts
bezighoudend met het aanwakkeren,
toepassen en regelen van het vuur, dewerking daarvan op lichamen op allemogelijke wijzen nagaat Dit is zijn werk,hiervoor spant hij zich alleen in
Hier zou iemand tevergeefs zoeken naar
Trang 18de gladgevijlde spreekwijzen van deeeuw van Augustus; tevergeefs naar debekoorlijke aanlokselen der redekunst.Niet de ooren worden hier gestreeld maar
de oogen: en niet door woorden wordtinstemming gewonnen, maar door degetuigenissen van feiten ontwrongen.Hoe denkt gij dan, dat een scheikundige temoede is, wanneer hij uit de vuile
werkplaats van Vulcanus in het daglichtgetrokken naar een plaats, op welke allerblikken zijn gevestigd, van zijn fornuizenweggeroepen naar het spreekgestoelte, datslechts gewijd is aan de meest gepolijsteredevoeringen, zich gedwongen ziet hetwerk van een redenaar op zich te nemen!Welke stof gelooft gij, dat hem ten dienstestaat, terwijl de noodzakelijkheid op hem
Trang 19rust te spreken in tegenwoordigheid van
de eerste mannen in den staat, in de
vergadering van zeer wijze hoogleeraren,ten slotte onder de oogen van menschen,die ten zeerste uitmunten in elke soort vanwetenschap, over een wetenschap, die denmeesten van hen onbekend is Inderdaadals hij in zijn schroomvalligheid blijftsteken, zal hij licht verdienen, dat menhem vergeeft
Waarlijk dit lot drukt mij, deze last druktheden op mijn schouders: en uit mij zelfdoen zich voor mij geen hulpmiddelen op,
om op te steunen Ja zelfs doen de
geringheid mijner krachten, die ik mij zeergoed bewust ben, en de mij ingeschapenbedeesdheid, geheel ongeschikt om iets inhet openbaar, hoe dan ook, te verrichten,
Trang 20zelfs dien moed mij ontzinken, dien mij dejeugd, stoutmoedig om zich aan alles tewagen, misschien zou geven.
Wanneer ik dus overal rondzie, blijft erslechts één ding over, waartoe ik mijntoevlucht kan nemen Uw buitengemeenewelwillendheid, hooggeschatte hoorders,die reeds zoo dikwijls zij ondervondenhebben, die de moeilijke taak drukte vanuit dit spreekgestoelte het woord te
voeren Deze maakt, dat gij zoo zacht vanoordeel zijt, dat gij ieder naar zijn eigenmaatstaf metend geenszins dingen eischt,die iemands krachten te boven gaan: daargij nu anderen dit zoo edelmoedig hebtgetoond, waarom zou ik dit dan van uwkant ook mij zelf niet in het vooruitzichtstellen, voor wien zooveel redenen van
Trang 21nog grooter gewicht pleiten? Zeker is eenrechtvaardig verzoek door geen billijkpersoon ooit van de hand gewezen.
Hierop vertrouwend gord ik mij aan tothet werk zelf, waarvan het onderwerp zalontleend zijn aan dat ambt, dat ik plechtigaanvaard, en uw geachte verzameling nietonwaardig Ik zal namelijk trachten aan te
toonen, dat de Scheikunde met recht een
plaats verdient onder de Akademische wetenschappen En terwijl ik dat doe,
bezweer ik u met aandrang, dat gij u in hetluisteren even als in het beoordeelenwelwillend tegen mij toont Want deafloop mijner redevoering zij gunstig ofongunstig, in beide gevallen zal ik steedstot uw goedgunstigheid verwezen worden,
om die óf dank te zeggen óf om
Trang 22toegeeflijkheid te smeeken.
De Akademies zijn volgens de wet,
waardoor wij ze heden geregeld zien,openbare plaatsen bestemd om de meeredele wetenschappen en kunsten te
onderwijzen en te leeren, en dien tengevolge voorzien van die voorwaarden enmiddelen, waardoor dit voorgenomendoel kan worden bereikt Derhalve wordtbij deze maar niet aan iedere kunst ofwetenschap een leerstoel toegestaan, maarhet is noodig, dat de wetenschap, die aan
de Akademie vasten voet wil vatten,boven de bevatting van het gemeene volkzich verheffend, uitblinke door een
zekeren glans van adeldom
Bijaldien ik dus met zekere bewijzen zal
Trang 23aantoonen, dat de ware kenteekenen vandien adeldom, nadat ik ze openlijk hebuiteengezet, de Spagyrische wetenschap3toekomen, zal dan niet de goede grond en
de waarheid van hetgeen ik mij heden hebvoorgesteld te bewijzen, vast staan?
De deugd eenig en alleen, als wij denDichter4 moeten geloof schenken, verleentden mensch adeldom Maar deze is niet degave van één dag, noch is die de ware,zoo dikwijls als hij uit niets anders kanbewezen worden dan uit de afkomst
Hetzelfde echter is op dezelfde wijze hetgeval bij de wetenschappen, slechts moetdat, wat daar aan de deugd is toegekend,hier worden toegekend aan het nut
Voorzeker zoeken zij zich op goedkoopewijze een lauwerkransje te verdienen, die,
Trang 24als zij de waardigheid van een
wetenschap willen toonen, zich
verbeelden dit fraai te doen, wanneer zijzakelijk uiteenzetten, hoe haar oorspronguit de eerste eeuwen afgeleid kan worden,
en het buitengewone genot in de werkenervan gelegen, of hoeveel en hoe grootebeoefenaars zij heeft gesteld, terwijl zijzich ondertusschen weinig bekommerenover het nut, zonder hetwelk toch allesniets wil zeggen, al is het oud, aangenaam
of beroemd door welke namen ook vanvolgelingen; want dit zijn uiterlijke dingen
en sieren veeleer den waren adeldom opdan dat ze hem uitmaken Het nut is demaatstaf, waarnaar degeen, die alleen dewerkelijke waarde der dingen weet vast testellen, de wijze, haar afmeet
Trang 25Elke wetenschap dus, die een bijzondernut verschaft hetzij aan een mensch
afzonderlijk op zich zelf beschouwd,hetzij aan de menschelijke maatschappij,die wordt eerst met recht voor edel
gehouden Daar echter het beste deel vanden mensch zijn geest is, zoo blinkt diewetenschap, die dezen zich doet toeleggen
op hetgeen recht en goed is, of haar
verrijkt met het inzicht der waarheid, inelk geval boven de andere uit Maar toch
is niet veel minder dan deze die
wetenschap, die zorgt voor de gezondheidvan het lichaam, want dit is wel het meestgewenschte, dat aan de stervelingen wordtgegeven; wanneer zij kwijnt, dan maakt zijmeer dan iets anders den geest log endrukt hem terneer Die kunst, die het
Trang 26voltooien van dat werk op zich heeftgenomen, wordt de Geneeskunde
genoemd: op het eerste legt zich de
Wijsbegeerte met de overige
wetenschappen toe; met haar eene helfttoch houdt zij zich bezig met het
beheerschen der aandoeningen, haarandere helft wijdt zij aan het uitbreidender grenzen van het menschelijke begripten opzichte van de kennis der bestaandedingen: beide wetenschappen hebben dus,als de edelste, de Akademies in haarschoot opgenomen en met het burgerrechtbegiftigd, zonder dat de nijd zelf zich ertegen verzette
Deze beide nu hebben een arbeidsveld,dat zich zoover mogelijk uitstrekt, endientengevolge sluiten zij in zich
Trang 27verschillende wetenschappen, die menzoowel onderdeelen als helpsters kannoemen Hoewel ze op zich zelf, wat haarwerk betreft, onder elkaar ten zeersteverschillen, zoo mikken zij toch alle opeen zelfde wit ten slotte, dat ze gemeenhebben met de hoofdwetenschap,
waaronder ze dienen Daar derhalve ènhet nut dezen, hoe ze ook zijn mogen, totaanbeveling strekt, én het feit, dat ze tervolmaking der eersten in den hoogstengraad noodzakelijk zijn, op dien grondwerden zij ook door de beschaafde liedenmet recht voor edele wetenschappengehouden en hebben zij de haar
toekomende plaats aan de Akademiesverkregen
Is dan voorwaar de Scheikunde niet een
Trang 28dergelijke wetenschap? Waarom heeft zijdan zulk een hard lot ondervonden en nietdan na het voeren van veel strijd kunnenverkrijgen, dat men haar vrij mocht
beoefenen aan de scholen der geleerden?Waarlijk, ik zou moeilijk de reden van die
al te groote strengheid kunnen bepalen:indien ik echter zal zeggen, wat het
waarschijnlijkst is, dan schijnt het mij toe,dat de rechters, van wier goeddunken toen
de Akademies afhingen, onbekend met dewetenschap op zichzelf beschouwd,
slechts rekening hebben gehouden met debeoefenaars
Immers de Scheikunde geboren ondermetaalbewerkers en
aanbeeldvuurwerkers5, eerst beoefenddoor dat ongeletterd en ruw slag van
Trang 29menschen, vervolgens door bedriegersmisvormd en in discrediet gebracht, opzich zelf afstootend, vol moeilijkheden,vol gevaren, van rustige bespiegelingenver verwijderd, ademend in vuur, rook,asch en vuil, kon zich bezwaarlijk dooreenigen schijn van lieflijkheid bij iemandaangenaam maken, tenzij bij diengene, diezich verwaardigde dieper met zijn blik inhaar binnenste door te dringen Maarzoowel de ruwheid als de schelmerij vandegenen, die haar beoefenden, haddenhaar uiterlijke verschijning zóó
monsterlijk en afzichtelijk gemaakt, dat debeschaafde lieden er van werden
afgeschrikt haar kern na te sporen, in demeening, dat die uit dezelfde, zoo nieterger, vuiligheid bestond Tevergeefs
Trang 30heeft dus de Scheikunde haar zaak
tegenover dergelijke scheidsrechtersbepleit, die verblind door een voorafopgevatte meening, zoowel de
buitengewone voordeelen, die zij bood,als haar hooge noodzakelijkheid over hethoofd ziende, een oordeel hadden geveld,voordat zij kennis van de zaak haddengenomen Daardoor is het gekomen, dat zijvan het openbare verkeer met geleerdenuitgesloten, handen en hoofden van
particulieren bezig hield, waarbij zijonder verschillende personen
verschillende lotswisselingen te verdurenhad, en misschien nooit zich opgewerktzou hebben tot de Akademische
spreekgestoelten, als niet een grootergeluk dan verstand dien advocaat — of
Trang 31moest ik liever verdediger door dik endun zeggen? — dien zij eindelijk heeftgekregen, Eremita6 had ten dienste
gestaan Deze namelijk aangegrepen dooreen blinde liefde voor die verdruktewetenschap, aarzelde niet dat, wat hadmoeten gedaan worden door het gezag derrede en duidelijke bewijzen van feiten, tebeproeven door een systeem van bullenvol met de meest beuzelachtige woorden,weldra echter, wat bij zijn niets ontziendkarakter begrijpelijk was, zelfs te vuur en
te zwaard, waarbij hij in elk geval eendergelijk succes had, dat de Scheikunde,door dat vermetel pogen in de Akademiesgedrongen, daar zich een zetel veroverde,die zelfs juist op de asch der
tegenstanders werd opgericht Hoewel
Trang 32verder dezen met geweld verworven endaarom op zwakken grondslag rustendenzetel, nadat kort daarop de dwingelandijvan zijn oprichter was onderdrukt, het vanvrijheidsliefde blakende volk der
geletterden, dat geen dwang kan dulden,wederom heeft omvergeworpen, was toch
de Scheikunde daardoor dit ten goedegekomen, dat zij, zoolang haar verblijfdaar duurde, meer in de nabijheid vanbeschaafde lieden geplaatst, de aandachtvan enkelen van dezen door eenige zeerheldere stralen, die zich door de haaromhullende duisternis van nietighedenheenboorden, kon vestigen op het uiterstvruchtbare licht, dat in haar binnensteverscholen was En weldra, door diewaarneming er toe aangespoord, hebben
Trang 33zij zich inderdaad tot een verder
onderzoek aangegord en na langzamerhandhet masker van bedriegerijen te hebbenweggenomen en de nevels van onkunde,waarmee zij werd omsluierd, te hebbendoorbroken, hebben zij, eindelijk haar inhaar naaktheid begroetend, haar aan hetdaglicht gebracht ten schouwspel voor debeschaafde wereld Toen dan heeft deScheikunde, thans schitterend met haareigen stralen, toen eerst heeft zij, dievermomd zoo zeer had mishaagd, hersteld
in haar natuurlijke gedaante, de geleerdenzoo voor zich weten in te nemen, dat zijhaar waardig keurden om onder hun
scholen opgenomen met allen ijver teworden beoefend
En waarlijk ook als wij voor de waarheid
Trang 34willen uitkomen, heeft de Scheikunde geenandere krans noodig, dan dat zij met eenoog vrij van vooroordeelen naakt, zooalszij op zich zelf is, wordt beschouwd.Want zoo noodig zijn de toepassingen,waarin haar kracht is gelegen, zoo
alleraangenaamst de genoegens, waarmeezij ons toelacht, dat zij zeer gemakkelijkden natuurvorscher er toe brengt haar lief
te hebben, en als hij eenmaal daartoegebracht is, hem geboeid houdt zonder deminste verveling Zeker als wij alleen op
de voordeelen acht slaan, waarmee deScheikunde nagenoeg alle soorten vanhandwerk, die dienen voor de gemakkenvan het menschelijk leven, kwistig
bedeelt, eilieve hoe groot is dan niet hunaantal en hoe gewichtig zijn zij! De dag
Trang 35zou te kort zijn wilde ik ze opsommen.Toch zijn die dingen van zeer weinigbeteekenis en slechts als bijzaken te
beschouwen De voortreffelijke dienst,dien zij den geest bewijst, is edeler, die,welken zij het lichaam bewijst, nuttiger.Want voor dit houdt zij de gezondheidongedeerd in stand, en, wanneer die
verloren is, geeft zij ze weer; aan geneechter wijst zij den kortsten weg in debinnenste heiligdommen der natuur, enontvouwt in vruchtbare werkzaamheid dewonderen der waarheid, die in haar diepteschuilt; dien ten gevolge is zij zoowel met
de wijsbegeerte als met de geneeskundeten nauwste verbonden en niet zondernadeelen daarvan te scheiden
Opdat het echter niet den schijn hebbe, dat
Trang 36ik u dit zonder voldoenden grond wilopdringen, zal ik thans duidelijke redenenaanvoeren ter staving van de waarheidmijner bewering Want dit is een prachtigbewijsmiddel; als ik dit onwederlegbaaraantoon, zal ik het er voor houden, datvoldaan is aan hetgeen ik mij in mijnredevoering voornam te bewijzen.
Zij, die de eigenschappen van de lichamendoor de natuur geschapen, hun krachten enuitwerkingen, alles door zijn bepaaldeoorzaak teweeggebracht, weten of
nasporen, worden Physici genoemd endeze wetenschap van hen heet Physica,zeker niet het geringste onderdeel derWijsbegeerte in het algemeen genomen.Derhalve richt zij zich op alles, wat onderhet begrip „lichaam” valt, of daartoe
Trang 37herleid kan worden, hetzij het allen
lichamen gemeen is, hetzij enkelen in hetbijzonder eigen Daar namelijk de nietnader te omschrijven Materie, die in hetbezit is alleen van de algemeene
eigenschappen der lichamen, in de natuurniet voorkomt en ook niet kan voorkomen,maar slechts een beeld van onzen geest is,gevormd ter verduidelijking van eentheorie, de lichamen daarentegen, dieinderdaad bestaan, alle op zichzelf
staande dingen zijn, d.w.z zóó begrensd
en bepaald, dat zij, behalve dat dat
algemeene begrip „Materie” op hen vantoepassing is, ook nog bijzondere andereeigenschappen bezitten, waardoor heteene van het andere onderscheiden wordt
en die maken, dat een lichaam juist dat
Trang 38lichaam is en geen ander: daardoor is hethelder en klaar, dat niet slechts die
algemeene gaven der Materie, maar wel in
de eerste plaats die, welke elk lichaamafzonderlijk eigen zijn, het voorwerp zijnvan de Physische studie, daar deze immers
de lichamen door de natuur geschapenbeschouwt, naar dat zij werkelijk bestaan
of kunnen bestaan
De eigenschappen der lichamen wordenkrachten genoemd, voor zoover zij
geschikt zijn om zekere bepaalde
handelingen teweeg te brengen; uit dezevloeien verder, als uit de oorzaken, allelichamelijke werkingen voort, die wijwaarnemen en die daardoor, ieder denbepaalden aard van haar oorzaak volgend,zoo zij uit bijzondere krachten zijn
Trang 39voortgekomen, ook zelf
noodzakelijkerwijs bijzonder zijn, maardaarentegen algemeen, als zij uit
algemeene krachten zijn voortgekomen.Indien zich dus hierbij deze eenvoudigestand van zaken voordeed, dat een
voldoende reden voor alle mogelijkeeigenaardige eigenschappen van een
lichaam gelegen was in zijn algemeenenatuur, dan zou voorwaar de physicus,behalve alleen de hulp der
wiskunstenaars, niets noodig hebben omzijn doel te bereiken Want dezen hebben
de meest ware algemeene voorstelling vaneen lichaam gegeven en tevens de meestnauwkeurige methode om daar uit te halen,
al wat er in vervat is Maar hoeveel
scheelt het inderdaad, dat dit zoo is! Een
Trang 40meer oplettende beschouwing ontdekt in
de lichamen zeker tallooze dingen, die zoodoor en door eigenaardig zijn, dat hetschijnt, dat zij met het algemeene karakterdier lichamen bijna niets gemeen hebben,behalve alleen het voorwerp, waaraanbeide eigen zijn Indien nu iemand dezezaken, wanneer zij onbekend zijn, uit diealgemeene opvatting der wiskunstenaars,hoe uiterst nauwkeurig ze ook zij, a priorizou verlangen af te leiden of ook de redenvan die zaken, wanneer zij bekend zijn,daaruit op te maken, voorwaar die zouzich te laat over zijn verlies aan moeitebeklagen!
Maar toch is de kennis juist van die
dingen voor den physicus van het
allerhoogste belang, daar in de eerste